TONY

Keyboards

Zijn muzikale opleiding/ervaring startte doordat hij op een Christelijke school zat in het bisdom Silva Ducis. Daar werd hij op zevenjarige leeftijd gerekruteerd als sopraan bij het koor van de basiliek de Sint Jan. Ze boden hem een zangopleiding aan bij het Schola Cantorum. En zo leerde hij muzieknoten en partituren lezen. Vervolgens studeerde hij klassieke piano aan de Muziekschool Den Bosch. In die tijd had hij een hekel aan die simpele eentonige drie-akkoorden rock & roll muziek. Totdat hij een bewerking van Beethovens vijfde symfonie hoorde, The Fifth door de symfonische rockband Ekseption. Met name de daarin opgenomen 5/4 uit de take five van Dave Brubeck inspireerden hem tot het willen maken van meer ritmische muziek. En sindsdien is ritme, met alle variaties tussen afro, latin, jazz en funk in, het meest essentiele onderdeel van zijn favoriete muziek. Reeds op veertienjarige leeftijd startte hij met enkele middelbare school vrienden zijn eerste band.

 

Het begon met het slopen van al die dempende panelen aan de piano, om qua volume te kunnen evenaren met het drumstel en de elektrisch versterkte gitaren. Van daaruit ontstond het experimenteren met het wikkelen van aluminium folie om de pianosnaren of het plaatsen van gummetje om andere geluiden te krijgen. Het was de start van het tijdperk van de eerste commercieel verkrijgbare synthesizers, de elektrische piano's en mellotron met daarin bandopnames van violen waarmee de illusie van een orkest kon worden geimiteerd.

 

Hij realiseerde zich al snel dat het niet uitmaakte hoe veel je oefende, de zwakste schakel bepaalde uiteindelijk de kwaliteit van de output. Zonder de juiste spullen klonk het gewoon niet goed. Zijn zakgeld was onvoldoende om de in die tijd onbetaalbare- instrumenten te kopen. En dus wist hij zijn vader ervan te overtuigen om minstens drie van zijn volle maandsalarissen te investeren in de op dat moment state-of-the-art Yamaha YC-45D wat in 1972 beroemd werd door de sliding-strip in The Osmonds's Crazy Horses.

In 1974 speelde hij al op het grote kerkorgel tijdens de viering van Kerstmis, wat een hele nieuwe ervaring was door de tijdsvertraging tussen toetsaanslag en het geluid wat uit de orgelpijpen kwam. In 1975 gaf hij met zijn band in de kerk zijn eerste uitvoering van de rock-opera Jesus Christ Superstar. Met enkele leraren van zijn middelbare school vormde hij de schoolband, waarmee jaarlijks optredens werden gedaan op de schoolfeesten.

 

Daarna werd hij al snel gevraagd om zich bij andere bands aan te sluiten. Hij breidde zijn apparatuur uit met een Fender Rhodes 73, Stevie Wonder's funky clavinet Hohner D6 en de slechts twee oscillatoren tellende Moog- synthesizer, zonder presets. En met dit arsenaal kwamen ook meer muziekstijlen binnen handbereik, varierende van Deep Purple rock tot jazz van Chick Corea, Herbie Hancock en Georde Duke. En zo groeide hij mee met de snelle ontwikkelingen binnen de elektronisch opgewekte muziek.

 

In 1979 nam hij, op eenentwintig jarige leeftijd, samen met Peter Hollestelle en Jody Pijper in de Wisseloord studio ́s zijn eerste disco single op. Hij ontwikkelde zich verder als muzikant en componeerde filmmuziek. Dankzij zijn geavanceerde apparatuur kan hij een one-man-band vormen, maar daarbij ontbreekt de interactie van muzikanten onder elkaar. De variaties, het onverwachte accentje, van die kleine input dingentjes die het creatieve proces stimuleren en de lol van het musiceren bepalen. Liever de mens achter het instrument, inclusief af en toe de foutjes, dan strak geproduceerde, met backing-tape en computers meelopende playbackende danspasjes. Muziek in zijn oervorm, maar dan met de modernste apparatuur.

Tony

Copyright 2018 Fuente-Del-Ritmo